Luuk Punt - van oude soorten en nieuwe oorkondes
Zaterdag 31 mei 2008
Omdat we deel nemen aan de “Top-of-Holland-Birding-Race” vertrekken we (Frank van Duivenvoorde, Ben Wielstra, Wouter Teunissen en ondergetekende) rond vier uur richting het Lauwersmeergebied. De bedoeling van deze race om op zaterdag 31 mei van 00.00 tot 19.00 uur met verschillende teams/deelnemers zoveel mogelijk vogels te zien in de drie noordelijke provincies: Drenthe, Friesland en Groningen. Het gaat om de langste daglijst en de ontdekking van de meest zeldzame soort. Een echte uitdaging dus!
Zo gauw we via de A6 bij Lemmer de provincie Friesland inrijden, wordt de turflijst te voorschijn gehaald en worden de eerste soorten genoteerd. Tegen half zeven arriveren we op de parkeerplaats bij Bungalowpark Suyderoogh waar we eerst even het cafeïnetekort aanvullen. Bij de ingang van het park zit een gekraagde roodstaart te zingen. Even later arriveert Sjaak Schilperoort, die op Camping De Pomp heeft gebivakkeerd en ons al lekker maakt met verhalen over wakker gezongen worden door wielewalen en zomertortels. We lopen het terrein van het bungalowpark op waar we tot onze verbazing een sijsje horen. Even later zien een prachtig mannetje in de bomen zitten. Een stukje verderop vliegt een ijsvogel voor ons langs. Na vijf minuten staan we voor een sloot en blijkt dat we niet verder kunnen richting het gebied met de intrigerende naam “Achter de Zwarten”. Het GPS-apparaat van Sjaak biedt uitkomst.
Als we door het Ballastplaatbos lopen, worden we begeleid door minstens twee zingende wielewalen en zien we een prachtige bruine vorm koekoek in een struik zitten.
Helaas is het nogal heiig en dat maakt het afspeuren van de op redelijk grote afstand liggende slikplaten en plassen bij Achter de Zwarten er niet gemakkelijker op. Naast de te verwachten soorten vinden we onder andere een paartje pijlstaart, wat dwergmeeuwen, een groenpootruiter, een zwarte ruiter, kemphanen en twee zomerkleed goudplevieren. Op de terugweg door het bos scoren we nog twee appelvinken.
Aangekomen bij de Ballastplaat zien we hoe een onvolwassen zeearend richting noord vliegt. Een mooie waarneming, die we ook maar even doorgeven aan Martijn Bot, een van de organisatoren van de “Top-of-Holland-Birding-Race”. Nadat we op verschillende plaatsen langs de oostkant van het Lauwersmeer zijn gestopt, lopen we naar de vogelkijkhut bij het Jaap Deensgat. Hier staan twee prachtig grote zilverreigers in broedkleed hun veren te poetsen en kunnen onder andere kolgans, lepelaar en zomertaling op de lijst worden bijgeschreven.
Mijn “bolide”, een Suzuki Wagon R, wordt afgetankt in de Haven van Lauwersoog. Terwijl ik tank, schuimen de anderen het terrein af. We willen net weer instappen als Sjaak roept: “Hebben jullie de zwarte roodstaart gehoord?” Dat hebben we niet en we stappen dus weer uit. Na een minuut of vijf heeft de vogel zich nog niet laten horen. Precies op het moment dat we zeggen “laten we maar gaan” begint de vogel weer te zingen! Bij de parkeergarage bij het “Veer Lauwersoog-Schiermonnikoog” zingt even later nog een zwarte roodstaart. Voor de sluizen wordt alleen de eider (2v, 1m) aan de daglijst toegevoegd. We rijden naar de Bantpolder waar een prachtige Noordse stern als eerste door Ben, die waar hij ook is altijd op “zeevogels” let, wordt opgepikt. Verder zien we hier de enige tapuit van de dag. De wandeling over het buitendijkse gebied bij Paessens levert niet de hoeveelheden steltlopers op waar we op hoopten, maar we kunnen toch zilverplevier, kanoet, rotgans en rosse grutto aan de daglijst toevoegen. In het dorpje zelf zingt een groenling.
Dé steltloperplek van het Lauwersmeergebied, de Ezumakeeg, ligt er ten opzichte van twee weken geleden een stuk rustiger bij. Het waterpeil is een stuk lager, woordoor grote stukken slik echt zijn opgedroogd. Wellicht zijn er hierdoor er heel wat minder steltlopers, dan de afgelopen periode. Er zijn nog wel behoorlijk wat bontbekplevieren, verder vinden we wat nieuwe soorten voor de daglijst: krombekstrandloper, kleine strandloper en bosruiter. Bij het noordelijk gedeelte wordt de eerste watersnip van de dag gezien. Ook scharrelen hier twee zomerkleed kleine strandlopers, een kanoet en drie goudplevieren (waarvan één nog praktisch helemaal in winterkleed) rond. Een Noordse stern zit af en toe op een slikplaat en vliegt ook op enkele meters over onze hoofden.
Op een gegeven moment valt Frank’s oog op een verre steltloper, die er toch wel wat anders uitziet dan het andere spul dat er rondscharrelt. Gauw worden alle kijkers gericht. We zien een ranke steltloper, die slanker oogt dan een tureluur. Het beestje heeft een lang gerekt achterlijf, (wat vooral opvalt als hij foerageert), een heel fijne, rechte snavel en lange poten. “Poelruiter” wordt er geopperd, maar als de vogel opvliegt, zien we een witte, vierkante stuit en geen lange, smalle rugwig. Ook zien lange vleugels met donkere handpennen en dan vallen de puzzelstukjes op zijn plaats: kleine geelpootruiter! Wat een klapper op een dag als vandaag! De adrenaline knalt door onze lijven!
Gelukkig komt de vogel dichterbij gevlogen en kunnen we de slanke hals en de lange vleugels met de donkere hand- en (binnenste) armpennen zien. De vogel landt op zo’n vijftig meter afstand en we zien nu ook de witte vlekjes op de bovendelen, de vaag gestreepte borst en de gele poten waar het beestje zijn naam aan heeft te danken. We hebben ruim een minuut de tijd om nog wat details op de “harde schijf” op te slaan en om wat bewijsplaatjes te maken. Dan vliegt de vogel op en verdwijnt in zuidelijke richting. Hij lijkt in te vallen in het gedeelte tussen Ezumakeeg-Noord en –Zuid. Terwijl we daar heen scheuren wordt snel het semafoonbericht samengesteld en piep ik de vogel.
Helaas kunnen we de kleine geelpootruiter niet terugvinden, maar een kwartier later brengen David Uit de Weerd en Hans Pohlmann uitkomst. De vogel blijkt heel “sneaky” doorgevlogen te zijn naar het zuidelijke deel van het gebied en loopt daar op grote afstand te foeageren. Gelukkig is de kleine geelpootruiter op “jizz’ nog wel te herkennen en kan hij in de loop van middag nog door behoorlijk wat mensen worden getwitcht. Echt een supergave ontdekking waarvoor de credits horen bij de nestor van ons gezelschap: Frank van Duivenvoorde! We blijven nog een tijdje staan om met de samengestroomde vogelaars het beestje te bekijken en wat bij te praten. Dan vervolgen we onze “Birding Race”. We rijden naar Camping De Pomp, maar de zomertortels waar we op hoopten worden niet gevonden, wel zingen er twee spotvogels en een roodborst. Een wandeling naar de Kollumerwaard waar eerder vandaag een woudaap was gehoord levert soorten als staartmees, boompieper en grauwe vliegenvanger op voor de daglijst. Een woudaap zelf wordt niet gevonden. Terug bij de parkeerplaats maakt Wouter ons opmerkzaam op een prachtig paapje.
Uiteindelijk keren we nog even weer terug naar De Keeg. De kleine geelpootruiter blijkt nog steeds aanwezig te zijn, maar de grote afstand in combinatie met de warmtetrilling maakt het waarnemen er nu niet gemakkelijker op. Terwijl we nog even naar het noordelijk gedeelte rijden, waarschuwt Sjaak me met knipperende lichten. Snel zet ik de auto aan de kant. Sjaak wijst ons op een witgatje dat net is ingevallen in een slootkant. De vogel laat zich even leuk bekijken, maar besluit dan op te vliegen. Gezien de tijd van het jaar een leuke waarneming!
We sluiten de dag af bij het noordelijke gedeelte van de Ezumakeeg. De Noordse stern is nog steeds aanwezig en laat zich echt geweldig mooi bekijken, maar het meest genieten we van een groepje kemphanen dat druk aan baltsen is.
Op de terugweg wordt de stand van “Top-of-Holland-Birding-Race” opgemaakt: we hebben in het Lauwersmeergebied maar liefst 119 soorten waargenomen met natuurlijk als de topper de kleine geelpootruiter! Later die avond blijkt dat we daarmee ook nog eens de prijs voor beste vondst hebben gewonnen! Fantastisch!
Prijsuitreiking Top of Holland Vogeldag 2008
Op de avond van 24 mei 2010 krijgt het bovenstaande verhaal nog een leuk vervolg. Terwijl Frank van Duivenvoorde en ondergetekende met een slordige honderd vogelaars bij Kootwijkerbroek staan te wachten op zingen van een dwergooruil worden we door Martijn Bot (rechts) bijna twee jaar naar dato alsnog gehuldigd voor de ontdekking van de kleine geelpootruiter tijdens de Top of Holland Vogeldag 2008. Frank (midden) en ik (links) nemen mede namens Sjaak Schilperoort, Wouter Teunissen en Ben Wielstra de felbegeerde oorkonde met veel plezier in ontvangst.